Home Content Banners Search New Maillist FAQ Feedback

Anatomy of a Bunker
History Anatomy of a Bunker Components Grouping of components Complexes Today Museums Related Literature Links !Warning!
 

Virtual Bunkertour
Cable & Wiring
Tubing
Filter installation

De Atlantikwall was opgebouwd uit een reeks elkaar opvolgende steunpunten, die stuk voor stuk verdedigd waren door bunkers. Deze bunkers waren er in alle soorten en maten en met allerlei verschillende functies. Deze konden variëren van gewondenverzamelplaats tot geschutsopstelling en van munitiebunker tot radarbunker. Al deze bunkers hadden tot doel geschut, apparatuur, bewapening en manschappen te beschermen tegen eventuele aanvallen van de vijand. Men ontwierp gestandariseerde ontwerpen (Regelbauten), teneinde de bouw van bunkers te versnellen. Van deze bunkerontwerpen stond dus voor de bouw al vast hoeveel beton, staal, arbeider en welke ventilatiesystemen en pantserdelen er nodig waren. De wanden en dekkingen van deze Regelbauten waren uitgevoerd in (gewapend) beton en konden variëren in diktes van 30 cm (de veldstellingen) tot de U-bootbunkers waar de dekkingen al vaak tegen de zeven meter liepen. Verder werd er naast het beton ook veel pantserstaal verwerkt bijvoorbeeld in de vorm van profielbalken ter ondersteuning van het dak, pantserkoepels en pantserplaten. De meest voorkomende bouwdiktes (Baustärken) van de Regelbauten waren de Baustärken A en B. Hieronder enige gegevens over de betondiktes van deze Baustärken.

  A B
Buitenmuren 3,5m 2,0m
Dekkingen 3,5m 2,0m
Binnenwanden 1,00m 0,80m
Vloeren 1,00m 0,80m


De bunkers met wanden en dekkingen met een dikte groter dan twee meter kregen de classificatie Ständiger Ausbau (St.) ook wel Festungsmäßiger Ausbau genoemd. Ze werden als bomvrij beschouwd en vormde de ruggegraat van de verdediging. De overige niet bomvrije bunkers waren nog te onderscheiden in veldstelling en semi-permanente verdedigingswerken. De veldstellingen waren vaak van hout en dergelijke opgebouwd en de semi-permanente verdedigingswerken hadden wat dikkere wanden en dekkingen van beton. Over de ontwerpen van de St.bunkers is lang nagedacht, dat is wel te zien aan het feit dat er over elke ruimte, elke nis, elke pantserplaat is nagedacht. De bunker was in principe bomvrij, was gasdicht af te sluiten, bezat gasfilterapparatuur en kon het in geïsoleerde omstandigheden een tijd uithouden. Elk deel van het interieur van de gasfilterapparatuur tot de kachel en van de pantserdeuren tot de kasten en stoelen toe waren gestandariseerd.

De ingangspartij en verdediging

Om het interieur van de bunker te beschermen tegen directe aanvallen van de vijand had elke bunker een gebroken toegang. Dit ingangsportaal zorgde ervoor dat een projectiel nooit rechtstreeks in de bunker kon komen. Het ingangsportaal was aan de buitenzijde van de bunker af te sluiten met een trailiehek, maar als deze niet voorhanden was werd een houten deur gebruikt. Sommige geschutskazematten waarin mobiel geschut was opgesteld hadden om het geschut uit de bunker te kunnen rijden een brede in/uitgang. Deze kon met een dubbele pantserdeur worden afgesloten.
Dit was ook het geval bij bunkers die onderdak boden aan bijvoorbeeld zoeklichten. In de muur van het portaal tegenover de ingang was bijna altijd een schietopening (Eingangsverteidigung) met pantserplaat aangebracht om deze ingang te verdedigen. Naast deze Ein- gangsverteidigung hadden veel ontwerpen ook nog een nabijverdediging (Nahkampfsraum) in de vorm van een aan de ingangszijde aangebouwde uitbouw met pantserschild. Als bescherming tegen de effecten van krombaanvuur was er boven de ingangspartij ook nog een overkapping aanwezig.

       
De overkapping boven de ingangs- partij. De Scharte van de Nahkampfraum         De ingang met links de Scharte van
de Nahkampfraum en in het midden
de Eingangsverteidigung

De eerste ruimte die men via het ingangsportaal kon betreden was een zogenaamde gassluis (Gasschleuse). Dit was een ruimte waar met gifgas besmette personen zich eerst (met behulp van in de Gasschleuse aanwezige middelen) konden ontsmetten voordat ze de bunker betraden. De gassluis en het portaal waren van elkaar gescheiden door een tweedelige pantserdeur, die afgezet was met rubberen randen (zodat hij gasdicht af te sluiten was). De deur was tweedelig omdat als er bijvoorbeeld door een bombardement aarde voor de onderste deur was gekomen, de bunkerbemanning de bunker altijd nog kon verlaten via de bovenste deur.

Tweedelige pantserdeur
Tweedelige pantserdeur

 

Verwarming en Ventilatie

Aangezien er veel tijd werd doorbracht in de bunker, was het van belang dat de bunker goed geventileerd en verwarmd werd. Alle Duitse St.-bunkers konden luchtdicht worden afgesloten door middel van met rubber afgezette pantserdeuren. Ook de in de bunker uitkomende buizen voor het aan- en afvoeren van lucht waren gasdicht af te sluiten. De aangezogen verse lucht kon gefilterd worden door de in de bunker aanwezige gasfilters; Heeres-Einheits-Schutzlüfters (H.E.S) 0,8, 1,2 en 2,4. De cijfers gaven aan hoeveel m3 lucht de installatie per minuut kon filteren. Men had twee soorten filtercasettes: een tweedelige koolstof-filter voor gaszuivering en een bakelieten koker voor luchtverversing. Om overdruk te voorkomen waren er in de bunker meerdere ventilen (Überdruck-Ventil) aanwezig om de lucht te laten ontsnappen. Een überdrück ventil was zo ontworpen dat bij overdruk het klepje van het ventil naar buiten schoot waardoor de lucht kon ontsnappen, maar bij een ontploffing buiten de bunker sloeg door de druk het klepje naar binnen waardoor er geen gevaar voor het interieur van de bunker ontstond.

 

Gasfilter apparatuur

 

Een Überdruck-Ventil in het manschappenverblijf van een Regelbau 505
Een Überdruck-Ventil in het manschappenverblijf van een
Regelbau 505

De verwarming vond plaats met speciale bunkerkachels (Festungsheizungsoven) van de type W.80 en WT.80. De kachels verschilde iets onderling; de WT.80 had een kookplaat bovenop had en de W.80 niet. De afvoer van de kachel verliep via een buizenstelsel, dat op het dak van de bunker uitkwam. In verband met een mogelijke koolmonoxyde vergiftiging waren er in de bunkers detectors en een kanarie (-achtig) vogeltje aanwezig.


Waarnemingen

Om vanuit een bunker waarnemingen te kunnen doen waren de meeste bunkers uitgerust met een periscoop. Deze liep via een (gasdicht af te sluiten) stalen buis door het bomvrije dak van de bunker.

                           

Stalen geleidingsbuis voor periscoop

                           

Stalen geleidingsbuis met afsluitschuif

 

 

Sommige bunkers waren uitgerust met een observatiekoepel uitgerust; een voorbeeld hiervan is een Regelbau 502 met koepel. Mitrailleurkazematten hadden naast deze periscoop ook nog kijkspleten in de pantserplaat.

 

Een observatiegleuf in een pantserplaat

Een observatiegleuf in een pantserplaat

 

 

Ook werden observaties verricht vanuit een Öffener Beobachter (tobruk). Dit was een, via een in het beton uitgespaarde trap te bereiken, open achthoekige waarnemingspost waarin men ook een mitrailleur kon opstellen. De verzamelde gegevens kon men via een in de tobruk aanwezige spreekbuis (Sprachrohr) aan het binnenste van de bunker doorgeven. In de meeste ontwerpen zijn de tobruks in vleugelmuren opgenomen, maar soms werden ze ook gewoon in de buitenmuur van de bunker opgenomen (zie b.v type 623, 630, 631).

Een Tobruk Spreekbuis
Een Tobruk (Öffener Beobachter)

Spreekbuis (Sprachrohr)

 

All pictures and drawings are copyrighted by the Atlantikwall Website team unless stated otherwise.